![]() |
|
||||||||
|
|
Woord voorafDe vergrijzing als uitdaging: een nieuw sociaal contractHoe moeten we in de huidige, bijzonder slechte financiële, economische en budgettaire context ingaan op het alom aanwezige verlangen om de leefbaarheid en de houdbaarheid van onze pensioenstelsels veilig te stellen en tegelijkertijd de eerste pijler uit te breiden, de tweede pijler te democratiseren en het beleid om het begrotingstekort geleidelijk aan weg te werken, voort te zetten? Het komt erop neer dat we de kwadratuur van de cirkel moeten oplossen, maar toch zullen we de zeer terechte vragen en bekommernissen in dit verband moeten beantwoorden. Ondertussen ligt het Bismarck-tijdperk al een heel eind achter ons; toen de pensioenleeftijd op 65 jaar werd vastgelegd terwijl de levensverwachting bij de geboorte minder dan 60 jaar bedroeg. Door de voortdurende stijging van de levensverwachting kunnen heel wat burgers, in tegenstelling tot vorige eeuw, na hun beroepsloopbaan een pensioen genieten, dat soms even lang is als hun beroepsloopbaan. Dat verklaart uiteraard waarom er steeds meer belangstelling is voor de manier waarop dit nieuwe leven wordt georganiseerd, en voor de middelen waarover iemand kan beschikken om in werkelijk goede omstandigheden te leven. Maar hoewel we alsmaar ouder worden (en over het algemeen in goede gezondheid), zijn we op de arbeidsmarkt steeds vroeger “oud”. Tegenwoordig noemen we 45-plussers op de arbeidsmarkt al “senioren”, dat wil zeggen meer dan een derde van de huidige bevolking. Hoe moeten we dan de strijd aanbinden tegen een aantal stereotypes die vormen zijn van leeftijdsdiscriminatie, zoals we ook spreken van discriminatie op grond van het ras of het geslacht. Daar komt nog bij dat we vaak de vervelende neiging hebben om de pensioenproblematiek afzonderlijk te beschouwen. We vergeten dat de pensioenen een tak zijn van de sociale zekerheid en dat de sociale zekerheid voortaan globaal wordt beheerd, zowel voor de werknemers als voor de zelfstandigen. De sociale zekerheid voldoende financieren is dan ook een uitdaging van formaat. De 21e-eeuwse samenleving vergrijst en we kunnen dan ook niet anders dan de pensioenuitdaging met een vooruitziende blik aan te gaan. Met dit eerste tussentijdse rapport, “Groen Boek” genaamd, dat werd opgesteld door de Nationale Pensioenconferentie, die door de Regering werd opgericht, willen we aanzetten tot nadenken en tot het formuleren van voorstellen en aanbevelingen. We danken hartelijk iedereen die, op welke manier dan ook, aan de verwezenlijking van dit rapport heeft meegewerkt: deskundigen van het Planbureau, de Nationale Bank, de CBFA, de universiteiten, de betrokken administraties en organisaties, ...
Indien u meer informatie wenst over de Nationale Pensioenconferentie, klik dan op één van de volgende links :
|
|
|||||||
|
|||||||||